Wielrenners zijn er in alle soorten en maten, groot of klein, tenger of zwaar gebouwd. De één is een geboren klimmer de ander zal er altijd harder voor moeten werken. Maar goed klimmen met wielrennen is iets dat iedere fietsliefhebber helpt om nog meer te genieten van deze mooie sport. Of je nu de kuitenbijters in Zuid-Limburg wilt aanvallen, een Côte in de Ardennen of een heuse Alpen Col. Met deze tips van Grimpeur ga je je klimtijd verbeteren en meer plezier beleven tijdens het klimmen met wielrennen.

1: Kies het juiste verzet voor je racefiets

Prettig klimmen met wielrennen begint bij je materiaal. En dan met name het hebben van de juiste versnellingen. Bijna iedere moderne wielrenfiets is uitgerust met een compact crankstel. Hoogstwaarschijnlijk een 34/50. Dit wil zeggen, 34 tanden op het kleine kettingblad en 50 op het grote. Dit is in de basis prima om mee te klimmen. Waar het verschil wordt gemaakt is de cassette. 

Wielrennen in Nederland betekent voor veel fietsers vlakke kilometers maken en vaak afzien tegen de wind in. Een extra lichte versnelling is dan overbodig. Daarom zijn veruit de meeste racefietsen die in Nederland worden verkocht uitgerust met een 11-speed cassette met een lichtste verzet dat tussen de 25 en 28 zit. Hiermee kun je in Nederland prima uit de voeten. Ook in de omgeving Nijmegen en Zuid-Limburg kom je een heel eind met dit verzet. De klimmen zijn hier vooral kort en kunnen op de macht worden bedwongen.

Ga je wielrennen in bijvoorbeeld de Vogezen of Alpen dan wordt het een ander verhaal. De klimmen worden langer en je moet je krachten beter verdelen over de lengte van de klim. Daarom is een cassette met een 30 of misschien wel 32 verzet een goede keuze om comfortabeler naar boven te rijden. Let wel op dat je derailleur is uitgerust met een lange kooi om deze verzetten te kunnen draaien. Ook je ketting moet langer zijn om een groter verzet te kunnen plaatsen.

2: Maak je fiets zo licht mogelijk

Klimmen is het overwinnen van de zwaartekracht. Hoe minder gewicht je naar boven hoeft te dragen, hoe makkelijker het gaat. Beter klimmen met wielrennen is dus niet alleen trainen. Je fiets bepaalt ook al voor een deel hoe makkelijk je klimt. 

Er zijn tal van upgrades beschikbaar om gewicht te besparen op je racefiets. De grootste winst is te halen in de wielen. Dat kan al goedkoop door lichtere buitenbanden en binnenbanden te plaatsen. Een serieuzere upgrade zijn lichte carbon wielen. En dan bedoelen we niet die carbon schotels van 80mm hoog. Die kunnen het fietsen in de bergen behoorlijk onprettig maken bij onstuimige weersomstandigheden.

Ga je het zoeken in de “marginal gains” dan zijn een carbon stuurpen of zadelpen ook een goede mogelijkheid. Maar wel een dure. Denk dus ook even na over simpele dingen. Zoals de uitrusting die je verder meeneemt. Een lichter minipompje of multitool helpen ook een handje mee. Tel al deze gewichtsbesparingen bij elkaar op en je kan serieus wat grammetjes minderen op je fiets en uitrusting.

Met een lichtere fiets en bepakking bespaar je gewicht en maak je een beklimming een klein beetje makkelijker.

3: Wordt een betere klimmer door overtollige kilo’s kwijt te raken

Hoewel je lichaamsbouw al voor een groot deel bepalend is voor je klimcapaciteiten, kun je je lijf wel meer geschikt maken om te klimmen. Goed kunnen klimmen met wielrennen draait om Watt’s per kilo, met andere woorden. Hoeveel vermogen kun jij leveren per kilo lichaamsgewicht. Hoe hoger dit vermogen per kilo is, hoe sneller jij een berg op gaat.

Het heeft dus zin om af te vallen als je beter wil gaan klimmen, let wel op dat dit niet ten koste gaat van de kracht die je kunt leveren. Val dus op een verantwoorde manier af en blijf trainen om het vermogen dat je kunt leveren te verhogen. Één of twee kilo lichaamsgewicht kwijtraken kan al een wereld van verschil maken op een lange beklimming. 

5: Verken de beklimming

Weet waar je aan begint. Beter klimmen met wielrennen is ook goed voorbereid zijn op wat komen gaat. Een beklimming van te voren verkennen kan je helpen met het indelen van je krachtsinspanning. Heb je de luxe niet om te verkennen en ga je bijvoorbeeld een bekende klim zoals de Mt. Ventoux oprijden dan is wat speurwerk op internet al een goede start. Hierover zijn veel verhalen te vinden welke je een goede beeld geven van het verloop van de klim. Beter klimmen met wielrennen kan dus ook tussen de oren zitten. Met goede voorkennis ga je slimmer en vaak sneller naar de top!

6: Beter klimmen met wielrennen is je inspanning goed indelen

Dit zal voor velen bekend klinken. Het kan je overkomen op de Alpe d’huez maar ook op de Keutenberg. Een bliksemstart betaal je vaak terug als je je krachten niet goed verdeeld. Zorg dus dat je je inspanning goed uitsmeert over het verloop van de klim, en dat je niet halverwege volledig leeg gepierd bent en zwalkend naar de top gaat. Het is heerlijk om zo’n wielrenner in te halen, maar als je zelf vierkant op de fiets zit en nog een eind naar de top moet harken is de lol er snel vanaf. Beter houd je wat over aan de start en ontketen je al je krachten in een indrukwekkende eindsprint.

7: Focus op je cadans

Deze tip hangt samen met de eerste tip. Met een fijn licht bergverzet kun je met meer finesse klimmen. Trap dus niet te zwaar bergop, hierdoor valt je cadans (beenritme) terug en lever je meer energie in dan wanneer je met een licht verzet en hoge cadans fietst. 

Voor de meeste wielrenners is een cadans tussen de 90 en 100 omwentelingen per minuut (rpm) comfortabel om mee te klimmen. Maar ieder lijf is natuurlijk verschillend. Een cadansmeter helpt je om je beenritme te controleren tijdens een lange beklimming.

Door staan en zitten af te wisselen voorkom je verzuring en kun je efficiënter klimmen met wielrennen.

8: Wissel staan en zitten af om beter te klimmen met wielrennen

Door zo nu en dan je positie op de fiets wisselen kun je even de druk van een bepaalde spiergroep afnemen. De meeste wielrenners geven de voorkeur aan zittend klimmen. Maar af en toe op de pedalen staan helpt tegen het verzuren van je benen. Daarnaast is de steilte van de klim ook bepalend welke positie het meest efficiënt is. Krijg je een korte steile strook voorgeschoteld dan is even uit het zadel komen efficiënter dan zittend klimmen.

Ook de positie van je handen op het stuur kan een klein verschil maken. Door je handpalmen boven op het stuur te leggen, en je armen zo wijd mogelijk te spreiden, zorg je dat je luchtwegen zoveel mogelijk ruimte krijgen. Je kan beter ademen en meer zuurstof tot je nemen.

Met deze tips kun je aan de slag om beter te gaan klimmen met wielrennen. Niet in iedereen schuilt een echte grimpeur, maar met de juiste voorbereiding kan iedere wielrenner wel beter worden en meer genieten tijdens het klimmen!

Vind je dit leuk?
Haak aan op onze social media.

grimpeur.nl op facebookgrimpeur.nl op instagram

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *