Wielerjargon, taal en termen uit de koers

wielertermen en wielerjargon grimpeur

Iedere sport heeft wel kenmerkende termen. Maar wielrennen, dat is een taaltje apart. “Hij geeft er een goeie snok aan en knalt uit zijn hol’ Dat hoor je Jack van Gelder niet zo snel zeggen. In de koers kan het en is het volstrekt logisch. De taal van de koers is er een voor de puristen. Hoe goed spreek jij de taal van de koers? Hieronder staan alvast een aantal begrippen die je als pedaalridder moet kunnen dromen. 

Chasse patate

Misschien wel een van de beroemdste uitspraken in het wielrennen. De chasse patate. Dit is een verwoede poging om vanuit het peloton te demarreren en de achtervolging in te zetten op de koplopers van de koers. Helaas ga je de kop nooit halen als je in de chasse patate zit. Je zit in een onhaalbare missie om de koplopers te achterhalen. En je ontsnapping zal nooit slagen. Bedankt voor de moeite.

De uitspraak chasse patate oftewel ‘aardappelen jacht’ is ontstaan omdat de achtervolgende renners inplaats van de koplopers alleen maar uitgestrekte Franse aardappel velden in zicht krijgen. Het Noorden van Frankrijk ligt er vol mee.

het treintje

De grote sprinters in het profpeloton beschikken allemaal over een treintje. Wat dit is? Niets meer dan een groepje renners dat elkaar uit de wind houdt. Vaak bestaat een treintje uit 4 renners. 3 knechten en de sprinter. Hun doel is om de sprinter uit de wind te houden tot ongeveer 300 meter voor de eindstreep. Hier wordt de sprinter “afgezet” en trekt hij alle registers open om als eerste over de finish te komen.

het treintje oproken

In vlakke koersen is het tijdens de laatste kilometers dringen geblazen voor in het peloton. Het is duwen en trekken en her en der wordt er een kwak (duw) uitgedeeld. Iedere sprinter die kans maakt op de eindzege wil zorgen dat hij en zijn treintje goed is gepositioneerd. Komt het treintje te vroeg aan kop, dan moeten ze te lang vol in de wind rijden. Dan bestaat de kans dat het treintje de sprinter niet lang genoeg uit de wind kan houden. De Sprinter komt dan te vroeg aan kop omdat zijn treintje is opgerookt. De sprinter zal in een lange sprint het klusje zelf moeten klaren.

Aan de boom schudden

Het is een bekend gezicht in de lastige Alpenetappes van de Tour de France. Een paar kilometer voor de top van een col is het peloton uitgedund tot een select groepje renners. Dit zijn de klassementsmannen die gaan uitmaken wie het geel draagt in Parijs. Dan moeten ze elkaar eerst nog aftroeven. Dit doen ze om af en toe eens flink aan de boom te schudden. Ze demarreren of plaatsen tempoversnellingen om te kijken of er concurrenten zijn die het tempo van de groep niet meer bij kunnen houden.

Aan het elastiek hangen

Gaat het asfalt stijl omhoog en hang jij helemaal achterin je fietsgroep. Dan voelen je benen waarschijnlijk niet meer top. Je probeert nog bij de groep aan te klampen. Maar echt bijhouden kan je ze niet meer. Je hangt aan het elastiek.

In de bus rijden

Je hebt echte klimgeiten, wielrenners die prima bergop kunnen, maar ook zware sprinters of hardrijders. Deze laatste groep zal het fysiek nooit aankunnen om een echte klimmer te verslaan op een lange Alpen col. Daar zijn ze simpelweg te zwaar voor gebouwd.  Zij pakken zich meestal samen en rijden in een groep op hun eigen tempo over de berg heen. Ze rijden samen in de bus. Een groepje lotgenoten dat elkaar op hun eigen tempo naar de finish sleept.

Stoempen

Soms is het heerlijk om eens vies hard een korte klim op te stoempen. Dit is niet anders dan ongecontroleerd hard op de pedalen raggen. Alles eruit pieren dat je in je hebt. Een echte stoemper spaart geen krachten, die geeft alles met een grote grimas op zijn gezicht.

Uit het hol kletsen

Dit is geen andere term voor onzin uitslaan. Uit het hol kletsen is een kunst. Als een renner in een ontsnapping zit die gaat strijden voor de eindzege dan speelt tactiek een grote rol. Je wil je krachten zoveel mogelijk sparen. Dus gaan wielrenners proberen zoveel mogelijk uit de wind te fietsen en proberen ze geen krachten te verspelen door kopwerk te verrichten. De mannen die hun pijlen op de eindzege hebben staan hangen in de luwte achter in de kopgroep. Ze laten hun mede-ontsnappers het werk doen. Als ze klaar zijn om hun allesvernietigende demarrage in te zetten doen ze dit van achteruit de groep waar niemand de tempoversnelling ziet aan komen. Ze kletsen uit het hol.

Wil je winnen dan heb je de meeste kans om eerst het bord van een ander leeg te eten, daarna kan moet je keihard uit het hol kletsen!

Geparkeerd staan

Vaak zijn het de meesterknechten die de kunst van het geparkeerd staan het best beheersen. Aan het begin van een lange beklimming gaan zij aan kop van het peloton. Ze leggen het tempo moordend hoog om concurrenten van hun kopman op achterstand te rijden. Ze leveren vaak zo’n grote inspanning dat ze meteen helemaal stilvallen wanneer ze van kop afgaan. Zwalkend over de weg proberen ze door te fietsen en hun krachten terug te vinden om de eindstreep te halen. Ze staan dan volledig geparkeerd.

Linkeballen

Het is heerlijk om te kijken naar een potje linkeballen. De renners die in een succesvolle ontsnapping zitten weten dat ze met een klein groepje gaan uitmaken wie de koers op zijn naam krijgt. Nu moet er afgetast worden wie de beste benen heeft. Zijn je benen minder, dan zal je een plan moeten bedenken. De enige tactiek die je kan toepassen om hier achter te komen is linkeballen. Kleine demarrages plaatsen, het tempo terug laten vallen. Korte aflossingen aan de kop doen. Dit zijn allemaal tactieken die worden toegepast om tegenstanders in te schatten. Dit hele spel heet linkeballen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *